Het Thuis van de Mens

Soms kom je ergens een artikel tegen dat je jaren geleden schreef en niet onaardig is.

Soms heeft de filosofie al door wat er aan de hand is, vijftig jaar voordat het zichtbaar wordt. Teruggrijpen naar dode schrijvers en denkers is dan helemaal niet raar. Toch vergt het redelijk wat vertaling naar de tegenwoordige tijd.

Wanneer we iemand tegenkomen en willen weten wie die persoon is, vragen we vaak om haar naam, en vervolgens waar zij vandaan komt. Dat is niet zo raar. Die naam is handig om mensen te kunnen onderscheiden, en de plek waar we wonen gaat over ons thuis, over waar we onszelf zijn. Maar wat betekent dat ‘onszelf zijn’ en wat heeft wonen daar mee te maken? Gelukkig heeft Martin Heidegger (Duitsland, 1889 – 1976) dat al voor ons onderzocht. 

Volgens Heidegger is het enige dat vast staat het feit dat we geboren worden, en dat we dood gaan. En in de tussentijd kunnen we enkel onszelf telkens opnieuw afvragen wat het leven is, wat het Zijn (Dasein) is. Dat ‘Zijn’, wat in Heideggers terminologie slaat op de essentie van de mens zelf, wordt bepaald door onze geboorte. We worden geworpen in de wereld, waarin er vanalles is voordat wij er überhaupt mee in aanraking komen. En temidden van al die dingen, die zijnden, gaan wij op zoek naar onze plek. En naar de waarheid van alle dingen. ‘Waarheid’ komt van het Griekse woord aletheia, wat eigenlijk letterlijk onthullen betekent. De essentie van de dingen, de werkelijkheid, de waarheid, zullen we moeten zoeken door ons een weg te banen, door de waarheid te onthullen.

Dat zoeken naar onze plek kunnen we op verschillende manieren doen. Veelal zullen we opgaan in de mensenmassa, onszelf verliezen in ‘het Men’. Dit is volgens Heidegger niet negatief, het is nu eenmaal wat we doen, hoe we als kind leren. Door anderen na te doen bijvoorbeeld. Onze eerste kennis krijgen we niet uit onszelf, maar wordt ons door de wereld aangereikt. Die geworpenheid en opgaan in het Men vormt onze basis, vanwaaruit we ons onderzoek naar ons eigenlijke, authentieke Zijn kunnen beginnen. In zijn zoektocht naar het begin van een leven dat werkelijk eigen is (authentiek), ziet Heidegger een belangrijke rol weggelegd voor het niet-thuis-zijn. Enkel deze ontheemding zorgt er voor dat het Zijn niet ten prooi valt aan de verlorenheid van het Men en het moment. Het niet-thuis-zijn vraagt het Zijn er om weer terug te gaan naar het oorspronkelijke, authentieke zich-zelf-zijnde Zijn.

Maar hoe kunnen we ons dan wel ergens thuis voelen? Wat is dat, thuis? Hoe kunnen we ergens wonen? Zonder negatief te staan tegenover het vervallen in de alledaagsheid, roept Heidegger ons op om onze houding tegenover alles om heen constant te bezien en te zoeken naar een authentieke verblijven. Het is wellicht eenvoudig om keuzes voor te laten schrijven door de samenleving en het Men, maar een authentiek leven bestaat uit het zien van de mogelijkheden die er zijn. Niet dat we ooit los kunnen komen van de wereld waarin we nu eenmaal geboren zijn. Er zal een balans gezocht moeten worden tussen dat wat er is (actualiteit) en de mogelijkheden die binnen ons liggen. De waarheid, het onthullen van die mogelijkheden, is ons streven.

Dat gezegd, laten we eens kijken naar waar we dan eigenlijk mee bezig zijn. Hoe plaatsen we onszelf in de wereld? En hoe verhouden we ons tot elkaar? Aan de ene kant zien we nog altijd een sterke verbinding met onze direct omgeving. Niet alleen juichen we ‘ons’ voetbalelftal aan bij de Europese of Wereld kampioenschappen, ook willen we het liefst producten kopen die geproduceerd zijn in ons eigen land. Sommigen gaan nog verder, door te proberen al het ‘vreemde’ te weren. Maar deze nationalistische gevoelens zijn niets nieuws. Nationalisme kwam op aan het eind van de achttiende eeuw, waarbij mensen zich met elkaar verbonden op basis van de plek waar ze geboren waren. Op het eerste gezicht is dat een raar verschijnsel: niets zo arbitrair als waar je geboren wordt. Tegenwoordig kun je overal voor kiezen – je beroep, je (religieuze) overtuigingen, etc. – maar de plek waar je geboren bent is een vast gegeven, waar je weinig over te zeggen hebt en al helemaal achteraf niets meer aan kunt doen. Waarom daar dan zoveel waarde aan hechten? Waarom zou je je verbinden met mensen puur op basis van de plaats van hun geworpenheid, hun geboorte? Als we Heidegger mogen geloven, is dit een heel natuurlijk gegeven, we zijn nu eenmaal op die plaats, en om onszelf vorm te geven zullen we ons moeten verbinden met die plek en dientengevolge ook met de mensen die daar ook wonen.

Maar deze ‘verbinding’ die we soms heel sterk voelen, wordt eigenlijk alleen duidelijk als we ons aangevallen voelen – op het voetbalveld, in onze portemonnee of door marsmannetjes. Want in het alledaagse dagelijks leven zijn we met hele andere dingen bezig. Onze slimme telefoon verbindt ons sneller met mensen die honderden of duizenden kilometers ver weg zijn, dan met mensen die naast ons zitten in de trein, of voor ons staan in de rij voor de kassa. Als we dat tenminste een verbinding mogen noemen. Misschien is het wel een illusie, dat berichtjes sturen van 160 tekens naar mensen wiens expressie en reactie onbekend blijft totdat ze een gekunsteld berichtje terugsturen. Met de explosie van gedeelde afkortingen van woorden, verliezen de woorden ook steeds meer hun betekenis. Waar je in een persoonlijk gesprek honderden betekenissen kunt geven aan één en hetzelfde woord, is het onmogelijk geworden om een “cu” anders op te vatten dan letterlijk.

Heidegger waarschuwt ons om niet het Men in gesleept te worden door de techniek. Techniek is op zich prima, technē is immers het maken van iets, het voortbrengen van waarheid, onthulling van het werkelijke. Techniek laat de realiteit zien. Maar technologie is op die manier ook een constante uitdaging voor de mens die op zoek is naar een authentieke houding tegenover zijn eigen Zijn. Want techniek kan je ook mee laten slepen in het gebruik ervan zonder daar nog een eigen hand in te hebben. De spaarkaart van de supermarkt geeft je het gevoel efficiënter om te gaan met je geld door te kunnen profiteren van aanbiedingen. Maar als we niet in de gaten hebben van de technologische vernuftigheid die er achter zit, de manier om klanten in kaart te brengen en je te analyseren, en je gericht te verleiden, zijn we duidelijk steeds minder in controle over onze eigen keuzes en mogelijkheden.

Is nationalisme dan verkeerd? Zouden we terug moeten naar een wereld zonder mobiele telefonie? En dan, is het überhaupt wel mogelijk om constant bezig te zijn met een authentiek leven? Nee. De geworpenheid in de alledaagse wereld kunnen we niet omzeilen of veranderen. Het enige wat we kunnen doen is om bewust te blijven van de processen waar we ons zelf vaak aan onderwerpen, en ons af te vragen wat de plek is die wij in mogen nemen. Kunst is daarbij heel belangrijk. Heidegger geeft vooral een belangrijke plek aan de dichtkunst. Dichters hebben namelijk het vermogen in een heel elementair menselijk fenomeen – de taal – het alledaagse achter zich te laten, en elk woord dat ze al dichtende dichten van een nieuwe betekenis en potentie te voorzien. Gedichten zijn geen opeenvolging van woorden waarvan de betekenis vantevoren vast ligt. Het nodigt de lezer keer op keer uit om zich te verbinden met zichzelf, met een realiteit die verborgen ligt achter de woorden. Heidegger drukt zich misschien wat abstract uit als hij zegt dat de taal het huis van het Zijn is. Maar we zijn nu eenmaal geboren als talige wezens, en het is onze rol om de plek van het Zijn, het huis waarin we wonen, de wereld, te onderzoeken. En de dichter heeft de verantwoordelijkheid om de mensen daarbij te begeleiden. En wordt het dichterlijke bereikt, dan pas woont de mens menselijkerwijze op deze aarde, of, zoals Heidegger afleest uit een gedicht van Hölderlin, dan wordt “het leven van de mensen” een “wonend leven”. En vice versa, wanneer we het dichten niet laten spreken, maar door de alledaagsheid laten beheersen en overheersen, zullen we verloren zijn in een ontheemde wereld.

Meer lezen?

  • “Heidegger en zijn tijd” door Rudiger Safranski. Een goed toegankelijke inleiding in het leven van Heidegger, waarbij de ontwikkeling van zijn denken naast de gebeurtenissen worden gezet. Een gedachte biografie dus.
  • “Inleiding in de metafysica” van Martin Heidegger is, naast Zijn en tijd, volgens Heidegger zelf hét boek dat gelezen moet worden om zijn denken te doorgronden. Deze bundeling van colleges uit de periode 1935 tot en met 1953 biedt een bijzonder toegankelijk geschreven introductie op de belangrijkste thema’s in het filosofische werk van Heidegger
  • “Over het humanisme” van Martin Heidegger, mooi vertaald en ingeleid door Chris Bremmers, is het inmiddels fameuze gelegenheidsgeschrift waarin Heidegger het humanisme als het globale ethos van de Westerse cultuur en de daarvoor bepalende metafysica onder kritiek stelt. Het werd geschreven in 1946, in hetzelfde jaar waarin Sartre publiekelijk het existentialisme als een humanisme verdedigt.

Author: Nobyeni

Freelance Philosopher (PhD). Writer. Thinker. Interested in radical change and human being. Playwright. Dutch World citizen. Lover of books, language, art and coffee.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s