Review: Lost River

Every once in a while you see something that won’t let you go. That stays with you for days in a row. That makes you want to be quiet about. An experience that changes your perspective on (the) world. Something which is perhaps only possible through and because of art. Here an attempt to review, to speak up about one such experience. However impossible.

Continue reading “Review: Lost River”

Comment – 12 Years a Slave

Is it possible to comment on something, when one only has a specific point of view? Possible in the sense of positively existing, non-superfluous. Are words lost, like so many moments fleeting in time, thoughts formed by the world, by what is already known, instead of forming the world. Still, the value is in the trying.

I will try.

“12 Years a Slave”, a film by Steve McQueen and Brad Pitt. Good marketing, interesting starting points (based on a true story, dealing with important social issues, great actors). But there was only one reason for me to watch this film, namely its director: Steve McQueen. Last year I went to see an overview of his work as an artist in a museum in Basel which really left a lasting impression on the manner in which I see video-art. Perhaps I was most impressed by his capacity to film the everydayness of a world without falling into das Man (sorry for the Heidegger here, but there was something particularly heideggerian about his art). “Giardini” An Italian park where the Biennale is held, where dogs roam about from dawn to dusk, without human interference but within a world completely structured… is one of these gems that I would advise everyone to go and see for herself.

Greyhounds in the mist … A still from McQueen’s film, Giardini, shown at the Venice Biennale

But then, this “12 Years a Slave”… – (and yes, perhaps I should have written this comment before it got an Oscar for Best Film 2014. Which is a purely politically motivated choice. Because it is definitely NOT the best film, see also my post on best films of 2013…)

…it is however a beautiful film. At least, I cried. Not because of the racial matters, as crying for those kinds of things is abominable. These things happened, if you really care you don’t shed a tear and feel better. No, you would do everything to stop it from happening right now (opportunities enough, take for instance sex slaves).

And still I cried, because of the beauty of the world in the face of injustice. The camerawork was truly magnificent, combined with great editing. The silences and long shots of nature, the close ups of the strings of a violin. They show the impact the world has even despite and perhaps even because of the harshness of human life.

The story is therefore only secondary. A way to bring beauty to its fullest expression. Working with wood to build a shed and the sounds that accompany it, the scraps of wood lying everywhere. Details that need an overall story to become meaningful. But its beauty is established long before you get to know the hands working with the tools. This is what I hoped for when going to a Steve McQueen film. And this is why I am already looking forward to his next work.

Beautiful, precisely because its beauty is not experienced by the actor, but left fully to be experienced by the audience.

Also, it should be said, I was positively surprised by Paul Dano in a great role – such a big leap from Little Miss Sunshine, although the same sadness could be seen in his eyes…

Optekening van een ervaring: Na de Repetitie & Persona (Toneelgroep Amsterdam)

Een onmogelijk verslag van de aanschouwing van twee toneelstukken samengebracht op één avond. Zonder spoilers, aangezien iedereen deze stukken voor zichzelf moet gaan bekijken.

Karina Smulders in Persona (bron: tga.nl)

Afgelopen woensdag mocht ik twee juweeltjes aanschouwen, op het toneel gezet door Toneelgroep Amsterdam onder leiding van Ivo van Hove. Twee filmscripts van Ingmar Bergman, twee existentiële drama’s over identiteit, leugen en waarheid, levenskeuzes en verlies. Twee zeer verschillende en opmerkelijk overeenkomstige voorstellingen, met daartussen een pauze.

Het beoordelen van de ervaring van een toneelstuk is niet eenvoudig, zeker niet wanneer je al heel wat gewend bent van een groep acteurs onder leiding van dezelfde regisseur. Zeker niet wanneer het materiaal waar ze mee aan de slag gaan al zo’n eigen kracht bezit, dat het niet altijd mogelijk is het verhaal, de getoonde emotie en de ervaring als publiek te kunnen scheiden. Wat overigens al aangeeft dat het een top-prestatie is. Wanneer je vergeet dat er gespeeld wordt, wanneer het gestileerde werkelijkheid wordt, wanneer realiteit improvisatie wordt, dan heb je te maken met kunst. Toneelgroep Amsterdam verstaat die kunst buitengewoon. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de zaal niet afgeladen vol zit.

Vaak beoordelen mensen een toneelstuk naar het aantal reprises (dit stuk is nog te zien tot 18 januari!), hoe snel mensen gaan staan klappen, hoe vaak de spelers terug het toneel op worden geroepen. Achteraf. Maar soms weet je al direct dat je ergens mee te maken hebt waarbij je het liefst je adem anderhalf uur inhoudt. Dat je hart sneller gaat kloppen, dat je de mensen om je heen ook op het puntje van hun stoel ziet zitten.

Maar de beste beoordeling vind ik toch zelf het moment dat je temidden van het publiek staat, buiten de zaal, jassen aantrekkend, wachtend op iemand die naar het toilet moet. Dat je mensen de verstilling hoort doorbreken en hen ziet worstelen, op zoek naar woorden. Of eigenlijk: ze niet ziet worstelen. Want de reactie van de doorsnee mens is vrijwel altijd identiek. ‘Mooi.’ ‘Prachtig.’ ‘Wat waren ze goed, hé’, naarstig op zoek naar instemming van hun wederhelft. Het gevoel van misselijkheid en pijn dat zich op zulke momenten van mij meester maakt, het gevangen zijn in de ervaring van een stuk en geconfronteerd te worden met de onkunde van een taal om zo een ervaring onder woorden te brengen. Hoe meer pijn ik op zulke momenten ervaar, hoe beter het stuk. En zelden heb ik meer behoefte gehad om iedereen tot stilte te vermanen, te smeken om bezinning, om niet te praten over trams of logistiek. Het liefst was ik gevlucht, struinend door een stad die nooit meer hetzelfde zou zijn, de zachte nacht die zich als een geruststellende entiteit omarmde, ons, het publiek dat was opgeschrikt uit de duffe doordeweeksheid van het leven.

Misschien vraag ik te veel van mijn medemensen. Maar het is de uitnodiging van de ervaring van goed toneel, voor iedereen die deze durft aan te nemen. Want trams rijden altijd wel. Maar Na de Repetitie & Persona zijn enkel momenten. Het openbreken van het alledaagse, scheppingen waar je bij moet zijn.