Review: Lost River

Every once in a while you see something that won’t let you go. That stays with you for days in a row. That makes you want to be quiet about. An experience that changes your perspective on (the) world. Something which is perhaps only possible through and because of art. Here an attempt to review, to speak up about one such experience. However impossible.

Continue reading “Review: Lost River”

Reflection on Birdman and the reality and/of art

Naomi Watts in Birdman

Winner of four Oscars, and some of my favourite actors in it (Edward Norton, Naomi Watts). Enough to go and watch this film, right? Or perhaps it is the subtitle of the film that made me go and see it… In any case a movie that is worth watching: “Birdman: or the unexpected virtue of ignorance“. A reflection without any spoilers.

Continue reading “Reflection on Birdman and the reality and/of art”

Jelle – reactie op het Arctisch Dagboek, Boekenweekessay

Lieve Jelle,

Ja, ik begrijp ook wel dat je zo niet een stukje kunt beginnen. Vooral omdat ik je niet ken, of tenminste, degene die ik denk te kennen enkel de ‘Parallelle Jelle’ is. Iemand die ik vijf jaar geleden al ‘kende’ van Moermansk enzo, en nu met Sotsji en een blog en boeken – en nu zelfs een dagboek. Een dagboek krijg je niet zo vaak te lezen, zeker niet als diegene nog leeft. Zeker niet als de ironie voortkomt uit welgemeendheid. Toch voelt het alsof ik je ken, of tenminste vandaag een stukje beter heb leren kennen.

Zeker aangezien ik je al te zeer goed kan begrijpen. (En met die opmerking val ik direct in die groep met mensen die jou juist niet kunnen begrijpen, ook dat begrijp ik. Het is waarom ik tranen in mijn ogen kreeg toen ik Derrida las, die tussen haakjes schreef: “When someone suggests to you a solution for escaping an impasse, you can be almost sure that he is ceasing to understand, assuming that he had understood anything up to that point.” (En ik ben filosoof van beroep, dus ik lees geen Grote Namen om ergens bij te horen, want je filosoof noemen is zeer on-hip en brengt ook de slechtste grappen in mensen boven tijdens feestjes. (Die Gebroeders Karamazov kwam ik ook niet doorheen overigens. Maar dat heeft geen problemen opgeleverd tijdens mijn reizen in Oekraïne. (En ja, dit zijn nogal wat haakjes binnen haakjes.)))))

Maar goed. In de trein vandaag las niemand je boekenweekessay. Veel mensen lazen wel het geschenk, die mooie jonge vrouw. Wat ook wel begrijpelijk lichtvoetiger en minder confronterend is. Want ja, je trouwe fans die zelfs een cruise boeken om in je aanwezigheid te kunnen zijn, hoe kunnen die nu nog rustig jouw boek lezen in de trein? Ik voelde toch ergens wel een beetje meedelijden met hen, die oudere echtparen op zoek naar avontuur, je aanklampend als broodnodige aanhoorder van verhalen die hun originaliteit al twintig jaar geleden verloren toen ze het op het zoveelste feestje aan zichzelf vertelden.

Maar ik herken het wel. Ik moest dan ook hardop lachen, zelfs in de overvolle coupé (gratis reizen trekt toch heel wat mensen aan in dit kleine landje waar het normaal lijkt dat retourtickets alleen geldig zijn op een en dezelfde dag), over je opmerking over dat iemand niet had verwacht dat de wegen in Rusland zo onbegaanbaar zijn. Zoiets valt niet uit te leggen.

En ik moest ook even denken dat ik tijdens een conferentie, nadat ik in een zaal vol empirische klimaat-verandering wetenschappers mijn oproep tot de noodzaak van onmogelijkheid had geuit, door een vrouw uit Venezuela werd aangeklampt die van mij wilde weten of ze op de goede weg was, aangezien niemand in haar land haar goede werk tot verandering echt kon waarderen. Mijn mond vol tanden klamptte ze aan om haar hele levensverhaal te delen. Interessant genoeg om direct weer te vergeten. En de man, grijze haren en vaal colbertje, die naar me toe kwam en het zo goed vond dat ik Foucault las, dat had hij ook gedaan in zijn tijd, hij had immers ook wat vakken filosofie gedaan indertijd, en het had zijn werk ook zeer beïnvloed, en of ik daar niet later nog wat over wilde horen, onder het genot van het een of ander. Of een van de vele andere vergeten gezichten, mensen die me aanspraken met mijn voornaam en zich nauwelijks introduceerden om de vlaag van vriendschappelijkheid niet formeel te verbreken. Gelukkig zat ik niet op een cruiseschip, en al hoefde ik geen trein te halen, waren er vluchtwegen genoeg.

Eenmaal in mijn leven ontmoette ik een filmster – tenminste, in mijn ogen is het een filmster, een zo’n indertijd nog niet doorgebroken Zuid-Amerikaanse filmster wiens films ik allemaal had gezien, maar dat komt omdat ik nu eenmaal dat soort moeilijk te kijken films graag zie. Op een feestje, ik was er niet bekend, kende eigenlijk niemand en besefte me dat nog eens erg duidelijk, toen iemand zichzelf voorstelde en me bij een groepje betrok, waardoor ik door allerlei mensen omhelst en gezoend werd, waaronder hij. Ik kende zijn voornaam, maar wist geen woord uit te brengen. Vreselijk.

Maar goed. Terug naar dit arctisch dagboek. Het mooie van het lezen van dit dagboek is wel dat als je het leest, je eigenlijk jouw stem continue hoort. Alsof je het voorleest. Misschien komt dat door je manier van schrijven, die even droog is als je programma’s. Hoewel ook persoonlijk en extreem eerlijk. Fijn.

Jammer dat het uit was voordat mijn treinrit voorbij was. Maar toch bedankt.

ps. Ik hoop dat veel dochters je gaan schrijven vanaf nu, in plaats van de moeders. En ik hoop nog meer dat er meer van dit soort leuke verkapte oproepjes in boeken zullen komen in de komende jaren, zeer wat verfrissender dan welk nieuw dating-concept dan ook.

Boudewijn de Groot

Boudewijn de Groot nam vrijdagavond 15 november afscheid van Nijmegen. “Vaarwel, misschien tot ziens. We hebben een mooie tijd gehad.” In een volle zaal, waar de grijze haren zachtjes heen en weer deinde en een enkeling elk lied meezong.

www.boudewijndegroot.nl
http://www.boudewijndegroot.nl

Terugkijken op een lange carrière op het podium, te lang om in een kort lied samen te vatten, wekt zowel melancholie als vreugde op. Aan de kritische zelfreflectie, als het eerste lied toch echt wat te snel was ingezet, tot aan de intieme stiltes die vallen als hij het heeft over zijn maatje To, de in 2002 overleden Lenneart Nijgh, aan alles is te merken dat hier niet alleen een topmuzikant op het podium staat, maar ook iemand die vooral veel plezier heeft in wat hij doet.

Eigenlijk zouden alle concerten een afscheid moeten zijn. Niets hoeven te bewijzen, je niet anders hoeven voor te doen dan wat je al bent. Het geeft een heerlijke en vooral ook eerlijke weerspiegeling van een artiest. Iemand die alleen nog maar optreedt omdat hij er blij van wordt, met een band waarmee hij het kan vinden, zijn zoon op de gitaar. En prachtig klezmer-achtig vioolspel.

Jammer alleen dat het publiek samen met Boudewijn oud is geworden. Het is haast onmogelijk om je voor te stellen dat de grijze dames in mantelpakjes iets voelen voor de protestliederen, de rauwe en poëtische teksten die zo fantastisch op muziek zijn gezet. In de pauze wat rondvragend wordt er veel gesproken over de prachtige harmonieën, maar dat de tekst soms toch wat moeilijk te verstaan was. En dat is begrijpelijk. Als de band het publiek aanspoort om mee te zingen met “maar liever dat nog, dan een bord voor zijn kop van de zakenman, want daar wordt ie alleen maar slechter van”, tien, twintig keer, komt Nijmegen niet verder dan een timiede gemompel, hoewel ik en nog wat jongeren met mij er vol in gaan. Waarschijnlijk zaten er teveel zakenmannen in de zaal. En zakenvrouwen. In dit land van Maas en Waal.

Ik vraag me af hoe het moet zijn geweest, toen, veertig jaar geleden. Joelende meisjes, deinende massa’s die luidskeels mee schreeuwen, die precies weten wat die meester pirkkebeen voorstelde. Die zich ook in het land van Koning Jan thuisvoelde. Die meer deed dan gedachteloos teksten meeschalmen. Die verliefd kon worden op de geweldige toetsenist, Nick Bult (@nickbult). Nu moet Boudewijn het doen met de melancholie van voorbije jaren. Niet voor niets klinkt de ballade van de eenzaamheid met extra verve. Immers, wat blijft is de herinnering.

 Maar zwijmelen bij het zien van de pianist, dat kan gelukkig nog steeds.

Ook te lezen op: http://www.nijmegencultuurstad.nl/nieuws/review-boudewijn-de-groot-vaarwel-misschien-tot-ziens

Absinthe van De Hollanders – Review

Toneelgroep De Hollanders & Arthur Japin. Een gouden combinatie, leek mij. Dus met een hoop verwachtingen stapte ik de zaal binnen. Arthur Japin behoort immers mijns inziens tot de beste schrijvers uit Nederland, zijn “Schitterende Gebrek” ontbreekt nog altijd niet in mijn persoonlijke top-10. (Note to self: Goed om eens die persoonlijke top-10 op te maken en te reviewen… maar dat is voor later.)

En De Hollanders, een redelijk jong – in elk opzicht – gezelschap, dat actief samenwerking zoekt met schrijvers om nieuwe Nederlandse stukken op de planken te brengen: dat vind ik een uitstekend initiatief waar ik graag een kaartje voor koop. Hoewel dat geen zoden aan de dijk zet, waarschijnlijk, gezien de zeer lege zaal.

Het eerste stuk van De Hollanders werd enorm bejubeld indertijd en ik ben het toen ook gaan bekijken. Van de hand van Arnon Grunberg, een stuk over militairen die gestationeerd waren in Afganistan, terugkomen en het onbegrip van alle betrokkenen inclusief zijzelf, over het leven en de omstandigheden waarin mensen zich tamelijk toevallig bevinden.

DeHollandersAbsinthe_Maartje-Strijbis-5222-300x199

Dit nieuwe stuk, Absinthe, bevalt mij een stuk beter. Er is niet overduidelijk gezocht naar een thema dat nu speelt onder de mensen (en gelukkig maar! Wanneer we eindelijk Nederlandse toneelstukken willen neer kunnen zetten, ook internationaal, zullen die zeker vijftig jaar moeten kunnen overleven…). En echt een stuk geschreven door een schrijver, met prachtige dialogen en gedurfde monologen.

Vooral de openingsscene zal me nog een hele tijd bijblijven. In wezen een monoloog van een groep, de Tachtigers, onder prachtige regie van Gerardjan Rijnders. In rap tempo situeren ze zichzelf en hun idealen, hun doelen, hun leven. Ze zeggen ronduit waar het op staat: ze kunnen zich niet meer vereenzelvigen met een culturele elite die de groei van jongeren die uit het keurslijf willen, probeert te verhinderen. Kippenvel. Echt prachtig.

Maar dan volgt een verhaal over een vrouw, betrokken bij de groep Tachtigers, die uiteindelijk zelfs door die groep idealisten wordt teruggehouden. Hoewel het een prachtig thema is, en de vondsten en het spel heel uniek, gaat het maar door en door en verlies je als publiek niet meer uit het oog dat het een toneelstuk is waar je naar zit te kijken. Een verhaaltje wordt opgevoed.

Komt dat, doordat de jonge acteurs zelf dat gevecht niet genoeg hebben geleverd of leveren, tegen die gevestigde elite, de heersende moraal? Zitten ze teveel vast in het keurslijf van het moderne toneel, dat er wat bloot en wat spektakel in moet zitten om iedereen tevreden te stellen. Zoeken ze naar oplossingen voor hun bestaansrecht door zich te laten sponsoren – ten koste van hun vrijheid te scheppen wie ze zelf zijn? En is het daarom niet meer dan een verhaal over een vrouw die hetzelfde overkwam, honderd jaar geleden, maar die wél de keuze voor zichzelf kon en durfde te maken?

Goede vragen, mooie teksten, geweldig spel en goede regie. Allemaal redenen om te gaan kijken naar Absinthe van De Hollanders. En dat je uiteindelijk met vragen achterblijft, misschien is dat maar goed ook.

Gezien in Theater Kikker, 6 november 2013.