Why I Watch – Theatre & Me

Lately I’ve been kind of involved in the art we call theatre. Writing, acting. But these past couple of weeks I’ve done none of that, instead I’ve visited a lot of plays. And watching theatre performed right in front of you, is maybe the most tiresome way to be involved.

For either the play is so enchanting, so mesmerizing that I takes days to recover. Words echo in your mind, the smell of the actor’s sweat stays with you, you recognize scenes in every-day life. And, most worrisome of all, you repeat phrases out of context and you’re upset that no-one else finds it as thoughtful as it was meant to be. (“Or not to be, that is the question.” See what I mean?)

But this is fine. It’s like living in a big book of spells and you get to see one acted out in front of you, once in a while. The big ugly world is a little bit sunnier for a while, and life is bearable, slightly, until you need a new fix.

The real problem comes, when you are in desperate need of a fix of captivating mind-blowing blood-quenching theatre, and that you’re faced with a bunch of emotionless hippies that don’t understand a single word they’re uttering – although they might say it with a most delightful cheer. When you’re made witness of an uneventful event that is full of clutter.

Tonight I saw precisely such a play. A beautiful Greek original materpiece, stripped of all its beauty, and left with only the complexity of names and willful and god-inspired acts that are devoid of any meaning, filled up again with attributes and lectures. As if I don’t know who ate whose children, and why Iphegenia was killed. (Not to mention the fact that they didn’t even know how to pronounce Clytemnestra.)

I don’t go to the theatre to be taught mythology, to be told a story, to be entertained. Please, the world is full of entertainment and bad teachers already, don’t take away from me the few things that remain – music and words. Please go away and make television shows for elderly people, teach people correct grammar, something, but don’t spoil the truth that the event of theatre is capable of. Don’t look at me, the audience, but look at yourselves.

Perhaps I am not of this age, in which everything must go faster and wilder, in which sex and murder are the only things that can capture someone’s mind for longer than a second. But there are more people like me, there must be, for else there would be nothing left in this world but the idle imaginations of the remnants of the past.

It makes no sense. It should not make sense. There is no sense. Don’t pretend otherwise. But please, don’t add to the heap of nonsense already present in this world.

© jan versweyveld

Who’s Afraid of Virginia Woolf?

Er stond heel wat op het spel. Een gigantisch stuk, vier mensen op het toneel, Toneelschuur  én Toneelgroep Oostpool en een hele hoop drank. Maar wat maakten ze het waar, de volle drie uur lang. Geen wonder dat het zo snel uitverkoopt.

Albee op zijn best

‘Who’s Afraid of Virginia Woolf’ was al in het begin (1962) een kaskraker. Edward Albee werd er beroemd door, hoewel hij later Broadway de rug toe zou keren om terug te keren naar het kleine theater. Mooi dus, dat hier in Nederland de kleinere theaters dit stuk ook weten te omarmen, zodat je de intimiteit van de twee echtparen op het toneel kunt voelen. Dit stuk is namelijk veel te rauw om mooi en van een afstand te bekijken.

Maar die intimiteit tussen publiek en toneel, maar ook tussen de echtparen zelf, neemt niet de vorm aan van slap geneuzel, maar komt aan precies zoals je bij Albee mag verwachten. Scherp, vol van zichzelf, met ieder personage nog vervelender dan de ander. Of is dat enkel omdat je ze herkent, die aangeschoten mooie meisjes, die brulkikkers met iets te gespierde armen?

Meesterlijk acteerwerk en regie

Het lijkt zo simpel. Twee echtparen die op de grens van waanzin en illusie paraderen met hun eigen leven. Elkaar tarten tot op het bot. “Als jij echt bestond, zou ik direct van je scheiden.” De vertaling van Gerard Reve loopt als een trein, met prachtige vondsten en overzettingen naar een Nederlandse context. Maar wat bovenal bijzonder is in deze productie, is de lijfelijkheid, de aanwezigheid van elk personage. Soms kijken ze je aan, wordt de vijfde wand doorbroken, en wordt je eigen merg en been even mee uitgehold. Je zou ze aan willen raken, klappen willen verkopen. Maar toch houdt het publiek zijn adem in. Het lijkt geroutineerd, ze lijken boven elkaars verbale uithalen te staan, of toch niet? Breken ze, een voor een, door hun eigen illusies?

Foto door Sanne PeperUitverkocht

In Utrecht speelt het stuk drie avonden achterelkaar, telkens uitverkocht. Ook in Nijmegen en Den Bosch zijn alle kaarten al vergeven. Wat betekent dat? Zijn we inmiddels gewend als Nederlands publiek, genoeg afgevlakt en vinden we het wel vermakelijk? Of zouden oudere echtparen het toch herkennen? En wat zullen pas verliefde stelletjes er van denken? Albee raakt namelijk een gevoelige snaar, onze diepste monsters worden naar buiten gebracht. Het is allemaal maar een spelletje, maar wel eentje die het bloed onder je vingers vandaan trekt. Heerlijk. Pijnlijk. Maar voornamelijk meesterlijk. Gaat dat zien dus.

Danton’s Dood – Poetry and the French Revolution in the Theatre

Sometimes it is impossible not to go and see something. To be part of something. Toneelgroep Amsterdam and also their newest piece, Danton’s Dood [Danton’s Death], is no exception. It is exceptional, provocative and captivating. How to explain this, without giving anything away? (As it only opened this weekend, I do implore everyone to go and see it for herself…) Some things to consider…Halina Reijn, Hans Kesting Foto:© Jan Versweyveld

First of all, language. Perhaps it’s me, but language – the words and the manner they are conveyed – are for me one of the most important parts of what makes a play. Death, revolution, love – strong feelings that require strong language. Poetry and silence, slow thoughtful murmuring and bright exclamations: this play could even be great with one’s eyes closed.

Halina Reijn & Hans Kesting – rehearsal photo

Second of all, Halina van Reijn. A great actress, playing four characters in this play, one male, three female, each role showing another face of femininity. The seductress, the rational one, the loyal one, the lover. It is truly wonderful to see how involved she is, how her faces lights up and her eyes sparkle whenever she loses herself and finds herself confronted with the woman she is, also.

Thirdly, the scenography. Everything breathes French revolution. From the hundreds of candles, to the way Halina lifts her skirts when she walks. (Only too bad about the velcro [klitteband] on Hans Kestings’ shoe…) But mostly I was impressed by the way the decor was designed as an intimate place, easily embraced by the audience, while the stage was at the same time watched by the people of France, nothing would go unnoticed. Everyone had to give up their air of innocence, sometimes even literally their clothes, in order to save their selves, their souls, their ideals.

Finally, I want to mention that I was very pleasantly surprised to recognise the words of Camus – a long monologue by Halina. Of course it is an excellent choice – and I don’t just say that because I am a fan of Camus – as Camus knew how a true revolution is not about saying ‘no’ to something. Revolutionary Man, the true essence of man who chooses life, is to say ‘yes’ to something that is inalienable to herself. I wish Robespierre and Danton had listened to that speech, that they would have been able to read Camus during the time of the French revolution, for things might have been different then, better. Quoting Camus extensively as Toneelgroep Amsterdam has done, in a context of revolution in a time in which revolutions are self-proclaimed and designated too easily, is very brave. To show it is not the overthrowing of the elite, but the raising of consciousness of the one who revolts to knowing what she wants to say ‘yes’ too that makes a revolution.

foto:© Jan Versweyveld Bart Slegers, Dragan Bakema, Hans Kesting, Halina Reijn

Optekening van een ervaring: Na de Repetitie & Persona (Toneelgroep Amsterdam)

Een onmogelijk verslag van de aanschouwing van twee toneelstukken samengebracht op één avond. Zonder spoilers, aangezien iedereen deze stukken voor zichzelf moet gaan bekijken.

Karina Smulders in Persona (bron: tga.nl)

Afgelopen woensdag mocht ik twee juweeltjes aanschouwen, op het toneel gezet door Toneelgroep Amsterdam onder leiding van Ivo van Hove. Twee filmscripts van Ingmar Bergman, twee existentiële drama’s over identiteit, leugen en waarheid, levenskeuzes en verlies. Twee zeer verschillende en opmerkelijk overeenkomstige voorstellingen, met daartussen een pauze.

Het beoordelen van de ervaring van een toneelstuk is niet eenvoudig, zeker niet wanneer je al heel wat gewend bent van een groep acteurs onder leiding van dezelfde regisseur. Zeker niet wanneer het materiaal waar ze mee aan de slag gaan al zo’n eigen kracht bezit, dat het niet altijd mogelijk is het verhaal, de getoonde emotie en de ervaring als publiek te kunnen scheiden. Wat overigens al aangeeft dat het een top-prestatie is. Wanneer je vergeet dat er gespeeld wordt, wanneer het gestileerde werkelijkheid wordt, wanneer realiteit improvisatie wordt, dan heb je te maken met kunst. Toneelgroep Amsterdam verstaat die kunst buitengewoon. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de zaal niet afgeladen vol zit.

Vaak beoordelen mensen een toneelstuk naar het aantal reprises (dit stuk is nog te zien tot 18 januari!), hoe snel mensen gaan staan klappen, hoe vaak de spelers terug het toneel op worden geroepen. Achteraf. Maar soms weet je al direct dat je ergens mee te maken hebt waarbij je het liefst je adem anderhalf uur inhoudt. Dat je hart sneller gaat kloppen, dat je de mensen om je heen ook op het puntje van hun stoel ziet zitten.

Maar de beste beoordeling vind ik toch zelf het moment dat je temidden van het publiek staat, buiten de zaal, jassen aantrekkend, wachtend op iemand die naar het toilet moet. Dat je mensen de verstilling hoort doorbreken en hen ziet worstelen, op zoek naar woorden. Of eigenlijk: ze niet ziet worstelen. Want de reactie van de doorsnee mens is vrijwel altijd identiek. ‘Mooi.’ ‘Prachtig.’ ‘Wat waren ze goed, hé’, naarstig op zoek naar instemming van hun wederhelft. Het gevoel van misselijkheid en pijn dat zich op zulke momenten van mij meester maakt, het gevangen zijn in de ervaring van een stuk en geconfronteerd te worden met de onkunde van een taal om zo een ervaring onder woorden te brengen. Hoe meer pijn ik op zulke momenten ervaar, hoe beter het stuk. En zelden heb ik meer behoefte gehad om iedereen tot stilte te vermanen, te smeken om bezinning, om niet te praten over trams of logistiek. Het liefst was ik gevlucht, struinend door een stad die nooit meer hetzelfde zou zijn, de zachte nacht die zich als een geruststellende entiteit omarmde, ons, het publiek dat was opgeschrikt uit de duffe doordeweeksheid van het leven.

Misschien vraag ik te veel van mijn medemensen. Maar het is de uitnodiging van de ervaring van goed toneel, voor iedereen die deze durft aan te nemen. Want trams rijden altijd wel. Maar Na de Repetitie & Persona zijn enkel momenten. Het openbreken van het alledaagse, scheppingen waar je bij moet zijn.

The Good Person of Sezuan by Bertolt Brecht

(See reflection on Bertolt Brecht’s play ‘The Good Person of Sezuan‘ in English below)

Jessie Wilms als Shen Te

Afgelopen vrijdagavond in de Stadsschouwburg te Nijmegen was er een goed mens te vinden op het toneel: Shen Te, gespeeld door Jessie Wilms. Een goed mens, tenminste als we de goden mogen geloven, vertolkt door Hans Trentelman. Maar is dit wel een goed mens of wordt er slechts een toneelstukje opgevoerd?

In dit meesterwerk en persoonlijk favoriet van de schrijver zelf, geeft Bertolt Brecht geen antwoorden. Wel schopt hij heel wat heilige huisjes omver. Een gewaagd stuk, zeker in 1939 toen het zijn oorsprong vond. Maar ook vandaag de dag geeft het een belangrijk inzicht. Want hoewel het Chinese Sezuan, volgens Brecht zelf, tegenwoordig geen stad meer is waar mensen uitgebuit worden, moet dit stuk gezien worden als een “Parabelstük”. Iets wat Toneelgroep Maastricht heeft verwoord door de ondertitel “een verradelijk sprookje” mee te geven.

Want een sprookje lijkt het. Er is een goede mens die twijfelt aan haar eigen goedheid, die haar lichaam verkoopt, maar als enige de goden een onderdak biedt voor de nacht in Sezuan. Ze wordt beloond voor haar goedheid, maar door vervolgens al haar goedheid uit te delen, lijkt ze uiteindelijk weer berooid achter te blijven.

Maar zo eenvoudig is het leven niet. Hoewel de ‘engel uit de volksbuurt’ de goedheid zelve leek, maakt goedheid ook kwetsbaar. Als zelfs haar geliefde haar gebruikt om zelf hogerop te komen, besluit ze het heft in eigen handen te nemen. Brecht laat Shen Te een ander gezicht aannemen, een man te worden, opkomend voor zichzelf en ten koste van de goede daden die ze gewend was te doen. De mensen die van haar goedheid leefden vinden het een schande dat Shen Te hen niet meer van rijst voorziet. En eigenlijk vindt ze dat zelf ook. En de goden, die vinden het maar vervelend dat de mens zich door hun omstandigheden laat beïnvloeden en het goed-zijn minder belangrijk acht dan het overleven zelf.

In deze vertolking door Toneelgroep Maastricht komt de spanning van de genuanceerde keuze tussen goed en slecht uitstekend uit de verf. Het epische karakter dat zo karakteriserend is voor Brecht is goed neergezet, er wordt niet teruggedeinst voor vreemde overgangen en terzijdes, die het publiek onder andere door de goede timing en afwisselend stemgebruik nooit afleiden maar eerder ontstelt achter laten. Precies zoals Brecht bedoeld zou kunnen hebben. Werkelijk een grote verdienste van de acteurs en de regie onder leiding van Arie de Mol. De mooie vondsten waar het publiek ook erg goed op reageerde – de acht-koppige familie die plotseling uit een tas gevist wordt, de regen uit een lokale wolk – maken het tot een zeer afwisselende ervaring.

Nog te zien tot 7 januari 2014. Ik zou zeggen: gaat dat zien!

Trailer: http://www.youtube.com/watch?v=zaypIkC11W4

———–

But then, how to react to such a piece that mentions a good person is someone who stays full of hope in the face of reality. An epic piece, that needs to be processed by the audience – if they can, of course.

The open ending is perhaps what enraged me most. Okay, we see how a so-called good person has also a darker, manly side to her, which takes over in order to survive when faced with other individuals who try to make the best of it. But is this really what we see? Why are the other from which goodness needs to be protected not also colourful people with both goodness and a less trustworthy side? Why is everything black, except for the main character? Aren’t we all our own main character, is this life not just a play, the world merely a stage. Why do we believe we can be our own directors, when it is obvious that even the most basic questions cannot be answered?

It is impossible to choose the right thing to do – there is always circumstances to take into consideration. But then, Brecht asks us, in the very final sentences – which in German are truly marvelous – to choose our own ending, to make it into a good end, to make sure it all ends well. Because it must end, it must end good.

„Wir stehen selbst enttäuscht und sehn betroffen
Den Vorhang zu und alle Fragen offen. […]
Soll es ein andrer Mensch sein? Oder eine andere Welt?
Vielleicht nur andere Götter? Oder keine? […]
Sie selber dächten auf der Stelle nach
Auf welche Weis dem guten Menschen man
Zu einem guten Ende helfen kann.
Verehrtes Publikum, los, such dir selbst den Schluss!
Es muss ein guter da sein, muss, muss, muss!“

– Bertolt Brecht: Bertolt Brecht: Der gute Mensch von Sezuan. Suhrkamp, Frankfurt am Main 1964, S. 144

Absinthe van De Hollanders – Review

Toneelgroep De Hollanders & Arthur Japin. Een gouden combinatie, leek mij. Dus met een hoop verwachtingen stapte ik de zaal binnen. Arthur Japin behoort immers mijns inziens tot de beste schrijvers uit Nederland, zijn “Schitterende Gebrek” ontbreekt nog altijd niet in mijn persoonlijke top-10. (Note to self: Goed om eens die persoonlijke top-10 op te maken en te reviewen… maar dat is voor later.)

En De Hollanders, een redelijk jong – in elk opzicht – gezelschap, dat actief samenwerking zoekt met schrijvers om nieuwe Nederlandse stukken op de planken te brengen: dat vind ik een uitstekend initiatief waar ik graag een kaartje voor koop. Hoewel dat geen zoden aan de dijk zet, waarschijnlijk, gezien de zeer lege zaal.

Het eerste stuk van De Hollanders werd enorm bejubeld indertijd en ik ben het toen ook gaan bekijken. Van de hand van Arnon Grunberg, een stuk over militairen die gestationeerd waren in Afganistan, terugkomen en het onbegrip van alle betrokkenen inclusief zijzelf, over het leven en de omstandigheden waarin mensen zich tamelijk toevallig bevinden.

DeHollandersAbsinthe_Maartje-Strijbis-5222-300x199

Dit nieuwe stuk, Absinthe, bevalt mij een stuk beter. Er is niet overduidelijk gezocht naar een thema dat nu speelt onder de mensen (en gelukkig maar! Wanneer we eindelijk Nederlandse toneelstukken willen neer kunnen zetten, ook internationaal, zullen die zeker vijftig jaar moeten kunnen overleven…). En echt een stuk geschreven door een schrijver, met prachtige dialogen en gedurfde monologen.

Vooral de openingsscene zal me nog een hele tijd bijblijven. In wezen een monoloog van een groep, de Tachtigers, onder prachtige regie van Gerardjan Rijnders. In rap tempo situeren ze zichzelf en hun idealen, hun doelen, hun leven. Ze zeggen ronduit waar het op staat: ze kunnen zich niet meer vereenzelvigen met een culturele elite die de groei van jongeren die uit het keurslijf willen, probeert te verhinderen. Kippenvel. Echt prachtig.

Maar dan volgt een verhaal over een vrouw, betrokken bij de groep Tachtigers, die uiteindelijk zelfs door die groep idealisten wordt teruggehouden. Hoewel het een prachtig thema is, en de vondsten en het spel heel uniek, gaat het maar door en door en verlies je als publiek niet meer uit het oog dat het een toneelstuk is waar je naar zit te kijken. Een verhaaltje wordt opgevoed.

Komt dat, doordat de jonge acteurs zelf dat gevecht niet genoeg hebben geleverd of leveren, tegen die gevestigde elite, de heersende moraal? Zitten ze teveel vast in het keurslijf van het moderne toneel, dat er wat bloot en wat spektakel in moet zitten om iedereen tevreden te stellen. Zoeken ze naar oplossingen voor hun bestaansrecht door zich te laten sponsoren – ten koste van hun vrijheid te scheppen wie ze zelf zijn? En is het daarom niet meer dan een verhaal over een vrouw die hetzelfde overkwam, honderd jaar geleden, maar die wél de keuze voor zichzelf kon en durfde te maken?

Goede vragen, mooie teksten, geweldig spel en goede regie. Allemaal redenen om te gaan kijken naar Absinthe van De Hollanders. En dat je uiteindelijk met vragen achterblijft, misschien is dat maar goed ook.

Gezien in Theater Kikker, 6 november 2013.

NaNoWriMo 2013

So, I’ve decided to use this online-offline community of writers as a mechanism to start producing this play I’ve been developing over the last year. After some interesting breakthroughs during the rehearsal process of the play I’ve been involved in as an actress (The Lady from Dubuque by Edward Albee, performed at Vrijdagtheater, Nijmegen), it’s going rather well. So far.

So, I’ve joined this NaNoWriMo thing (National Novel Writing Month). Although I’m not writing a novel, and I’m not interested of reaching 50.000 words by the end of November 2013. I am purely interested in a finished product. Which I can then perhaps produce the coming season.

The project of this play [working title: Antigone] involves some of my obsessions that I seem unable to un-think. Existentialism (my old friend Sartre, always on my mind), feminism and authoritarianism (Judith Butler), self-reflection (Plato), the role of the author (yes, Barthes is in there), the question of becoming (Badiou, Deleuze), and the power of the word and revelation (Banjamin, my friend). Looks like it is going to be too philosophical to be ever understood by anyone but me, but well, at least then I’m the right person to write it.

If you’re interested in following my progress… http://nanowrimo.org/participants/nobyeni

English: Jean-Paul Sartre and Simone de Beauvo...
Jean-Paul Sartre and Simone de Beauvoir at Balzac Memorial (Photo credit: Wikipedia)