Nicole des Bouvrie, eerder gepubliceerd in Stroom in Beeld, najaar 2022
Net als zoveel mensen in deze (Westerse) wereld, ben ik heel erg gewend (en gestimuleerd) om problemen met mijn hoofd op te lossen. Overzicht creëeren door bijvoorbeeld lijstjes te maken, dingen van een afstandje te bekijken, alles op een rijtje zetten. En toch is dat waar ik, en met mij velen, door vast lopen.
Intuïtie: kan je dat leren?
Tijdens mijn opleiding aan Vrije Academie ’t Pad tot psychosociaal therapeut beeldend (specialisatie ACT) liep ik daar ook nogal eens tegenaan. En dan vooral ook in omgekeerde zin: er waren docenten die opeens een vraag konden stellen, een pauze konden laten, een opdracht konden geven die zo goed paste op dat moment en in die situatie waarin de (oefen-)cliënt zich bevond… Hoe deden ze dat? Vooral docent Marjan Raven (oprichtster ’t Pad) was daar een kei in, en ik vroeg haar dan ook vaak waarom ze die keuze had gemaakt, waarom ze niet dit of dat had gedaan. We werden opgeleid met allemaal modellen die we oefenden, maar de kers op de taart was nooit dat model. Hoe deed ze dat dan? Haar antwoord… “intuïtie”.
Maar ja, daar kon ik natuurlijk niets mee. Want hoe kun je dat nu leren? Mijn hoofd kon er niet bij! En dat was inderdaad ook precies waar het hem in zat. Ik mocht nog leren vertrouwen op het soort weten dat niet in boeken te vinden is. Maar dat weldegelijk te leren is, merk ik nu als docent aan diezelfde opleiding.
Studenten en cliënten komen wat dat betreft veelal op dezelfde manier binnen: vertel mij hoe het zit, wat ik moet doen, wat goed is. En hoe meer je als therapeut, coach of als docent vertelt, hoe meer antwoorden je geeft, hoe meer het eigenlijk vastloopt bij degene die al die informatie in zich op probeert te nemen. Ervaringsgericht leren dus, dat is niet voor niets. Zonder het hoofd daarbij te vergeten of uit te schakelen – intelligentie en overzicht creëeren en duidelijkheid scheppen is allemaal heel erg prima. Zolang het in balans is, zolang het dat andere deel van wat ons tot mens maakt niet overschaduwt.
Gevoel is ook niet alles
Want waar ik mijn hoofd te veel inzette, is ook het tegenovergestelde mogelijk. Alles op gevoel doen, is net zo inflexibel. Want hoe weet je dat je dat gevoel moet volgen, dat het niet gewoon een stofje in je lichaam is dat je om de tuin leidt? Bijvoorbeeld in het geval van verslaving. Of omdat je iets altijd al zo hebt gedaan, een gewoonte, een houvast, een manier van doen die je altijd heeft beschermd – een overlevingsmechanisme dat goed aanvoelt want het helpt even, maar niet in op de lange termijn, het is niet echt helpend. Wat heb je dan aan dat gevoel, die intuïtie?
Toen ik een scriptie moest schrijven ter afronding van de opleiding aan ’t Pad was mijn onderwerp dan ook snel gekozen… die twee manieren van ‘weten’, het hoofd en het hart, kennis en intelligentie. Hoe werkt dat, hoe werkt dat vaak niet voor mensen en hoe werk je daar mee als psychosociaal therapeut beeldend?
Polariteit van denken en voelen
Het probleem is dat we denken en voelen, weten en intuitie als twee verschillende, elkaar uitsluitende vaardigheden zijn gaan zien. In mijn scriptie schreef ik het volgende:
“Binnen de Westerse filosofie is zoeken naar betekenis, het denken en het begrijpen van de werkelijkheid een kwestie van het maken van onderscheid. Door het in kaart brengen van verschillen, kunnen we het grotere geheel beter begrijpen. Pas als we afspraken maken over verschillende kleuren, kunnen we die kleuren elk een andere naam geven en kunnen we dingen van elkaar onderscheiden. Zonder onderscheid zou alles een grote onbegrijpelijke massa zijn. En de manier waarop we begrijpen wat ‘denken’ inhoudt, is hierop geen uitzondering. Het onderscheid tussen goed en kwaad, tussen rationeel en irrationeel is al zo oud als het onderscheid tussen man en vrouw. (In Man of Reason (1984) gaat Genevieve Lloyd in op de samenhang tussen het onderscheid tussen man en vrouw en de rol die de ratio heeft gespeeld in de geschiedenis van het Westerse denken.)
Sterker nog, dat onderscheid was eeuwenlang hetzelfde onderscheid: de rationele man en de vrouw die symbool stond voor de irrationele kant van de menselijke natuur. Althans, dat zijn de archetypen die tot de Westerse mens horen. Dat betekent niet dat deze onderscheidingen ‘waar’ zijn, maar ze zijn ‘waar’ voor ons, onze hele manier van denken is erop gestoeld. Dat betekent niet dat dit niet kan veranderen, maar het betekent dat deze fundamentele kern zozeer tot de kern van wat we als ‘de menselijke natuur’ zien hoort, dat het haast onmogelijk is om überhaupt te zien in hoeverre we door deze manier van denken in onderscheid zijn beïnvloed, laat staan dat we een andere manier van denken kunnen proberen te ontwikkelen.
Deze polariteit tussen het hoofd en het lichaam, of tussen denken en voelen, heeft heel wat voordelen. Om ergens over te praten, hebben we de uitersten nodig om kaders aan te brengen en verschillen aan te brengen. De polariteit brengt ook een spanningsveld met zich mee, waarbinnen het leven zich afspeelt. Daar is op zich niets mis mee. Maar het kan ook verder gaan dan een polariteit. Bij een polaire relatie is er nog altijd sprake van een bepaalde eenheid: de twee uitersten hebben elkaar nodig. Zo ook bij het denken en het voelen, of het hoofd en het lichaam, man en vrouw. Beiden zijn met elkaar verbonden, beide zijn enkel aspecten van een groter geheel.
In werkelijkheid wordt die verbondenheid vaak vergeten. Of hij raakt ondergesneeuwd, aangezien de polariteit ook waardeoordelen met zich meebrengt. Het ene is goed, het andere is slecht, of tenminste minder goed, minder efficiënt, of… anders. De verscheidenheid aan kwaliteiten die het hoofd en het lichaam elk met zich meebrengen wordt op die manier als verschillende dingen, als elkaar uitsluitende dingen gezien. Als je voelt kun je niet meer helder nadenken. Als je helder nadenkt kun je niet voelen. Dat is iets wat geen wet is, maar een manier is om naar de wereld te kijken, om naar ons eigen leven te kijken. Het rationele denken en het gevoelsmatige leven zijn vijanden geworden. Het Westerse educatieve systeem prent ons in dat rationeel handelen het beste is. Logica, systematiek, je leven op orde hebben zijn goede dingen die worden beloond, terwijl emotie, intuïtie en chaos worden bestraft. En natuurlijk vindt niet iedereen dat, het gaat hier om de globale systemen die in de wereld aanwezig zijn.
Probleem van de polariteit van het denken
De manier waarop we denken en de patronen waarin je denkt zijn rechtstreeks verbonden met wie we zijn. Descartes zei ‘Ik denk dus ik ben,’ maar eigenlijk kunnen we dat ook omdraaien: ik ben zoals ik denk. Het beeld dat we hebben over de werkelijkheid, over wat waar is en wie we zijn, bepaalt wat voor mogelijkheden we hebben en wat voor keuzes we maken. Het denken en onze identiteit zijn zeer met elkaar verbonden. Het denken beïnvloedt hoe we over onszelf en de wereld om ons heen denken, hoe we de werkelijkheid ervaren. Het begrijpen van onszelf als onderdeel van een wereld van polariteiten, van een wereld die bestaat uit verschillen die elkaar uitsluiten, maakt dat we als individu moeilijk om kunnen gaan met het grijze vlak dat zich tussen die extremen bevindt. Helderheid en overzicht komen, wanneer we denken in polariteiten, enkel van de scheiding tussen beiden, en alles dat buiten de gebaande paden valt, dat niet gecontroleerd en duidelijk past in een definitie, brengt ons van de kaart.
Dit probleem van het denken in polariteiten is duidelijk zichtbaar in vele verschillende psychologische aandoeningen. Veelal is er een bepaald beeld van het eigen ik dat onder druk staat, dat onbereikbaar is of dat niet past bij de werkelijkheid waarmee het individu geconfronteerd wordt. Dit zijn veel voorkomende stressoren, die kan zich bij iedere persoon op verschillende manieren kan uiten. Bijvoorbeeld in autisme, waarbij de kaders en patronen dusdanig nodig zijn om een houvast te geven in de dagelijkse omgang met zichzelf en de wereld om de persoon heen. Maar ook bij depressie kan dit probleem een grote rol spelen: bijvoorbeeld wanneer de depressie voortkomt uit een denken in termen van goed en kwaad, in falen en succes, in perfect en imperfect en het zichzelf continue vergelijken met anderen.”
Intuïtie is balans
Zodra we kunnen stoppen met het of-of denken, maar inclusief zijn, kunnen we spreken over iets dat meer is dan die twee afzonderlijke delen. Intuïtie is wat mij betreft dan ook dat moment dat die twee polen, het denken en het voelen, dusdanig in evenwicht zijn, dat het stroomt, dat er een helder weten is binnen het lichaam, vanwaaruit je kunt handelen. Dat je zowel een wetenschappelijk model zoals Acceptatie en Commitment Therapie kunt inzetten, alsook de mens die voor je zit niet uit het oog verliest. En ja, dat kun je leren, met veel (zelf-)reflectie, moed en doorzettingsvermogen. En dan nog lukt het niet altijd, want ja, ook als therapeut, coach of docent ben je maar een mens.
Interesse gewekt? Maak een afspraak!
Nicole des Bouvrie is gepromoveerd in hedendaagse filosofie en afgestudeerd als psychosociaal therapeut beeldend aan Vrije Academie ‘t Pad, waar ze nu lesgeeft in voornamelijk het 3e en 4e jaar in de afstudeerrichting psychosociaal werk. Daarnaast heeft ze een praktijk als ACT/Art therapeut in Nuenen (vlakbij Eindhoven). Meer informatie: nobyeni.com
